Schaakrubriek Hans Böhm in de Telegraaf

In de Telegraaf van zaterdag 3 juli 2010 verscheen de volgende schaakrubriek van Hans Böhm:

Levende en dode spelen.

Telegraaf, schaakrubriek 3 juli, Hans Böhm

Vorige week zaterdag vierde de schaakclub in Bergen op Zoom BSV haar 64-ste verjaardag met een dag lang schaken op het Grote Marktplein. Naast diverse simultaans voor de liefhebbers waren er twee partijen waar iedereen naar kwam kijken: een levend en een bijzonder kunstzinnig dood spel.

Spelen met levende stukken biedt vele visuele mogelijkheden. Dit keer was de hulp ingeroepen van twee toneelverenigingen ‘Het Gezellentoneel’ en ‘Met een bek vol tanden’. Alle stukken waren vooraf zingend en buitelend door de straten getrokken. De partij die werd nagespeeld was ‘de onsterfelijke partij’ van Anderssen – Kiezeritsky uit 1851. De spelers waren Internationaal Meester Bianca Muhren en ondergetekende.

Omdat de stukken de partij al hadden geoefend was er de mogelijkheid tot veel improvisatie: zingende, vechtende, spelende, pratende, dansende, yellende stukken over het grote bord. Als de dame werd aangevallen sprongen alle andere stukken ter bescherming naar voren om de aanval af te weren. Paardensprongen werden begeleid met hoefgetrappel. De discipline was gelukkig ook aanwezig want het hele schouwspel moest niet langer dan een uur duren. Zodra de koning “Alle stukken op de eigen positie” riep, wist iedereen precies waar hij vandaan kwam. Het gaf de beide (na)spelers de gelegenheid om over andere zaken te vertellen. De Duitser Adolf Anderssen (1818-1879) was de eerste onofficiële wereldkampioen. Hij was wiskundeleraar van beroep en leidde een rustig leventje, zorgde voor zijn moeder en zus en bleef ongehuwd. Maar op het schaakbord was hij briljant en speelde de meest avontuurlijke partijen waarbij hij van alles offerde. Twee partijen zullen de tand des tijds doorstaan.

A. Anderssen – L. Kieseritsky
De onsterfelijke partij, Londen 1851
Stelling na de 16e zet van zwart: Lf8-c5. Typisch een stelling uit de romantische schaaktijden: kijk eens naar het verschil in ontwikkeling. Wit maakt het historisch uit.

In deze tijden werd er nog zonder klok gespeeld, zodat de partijen soms eindeloos duurden en er werd opgegeven vanwege uitputting. Pas in 1861 speelde Anderssen de eerste schaakpartij met zandloper.  De eerste schaakclub in Bergen op Zoom heette Strij-lust, bestond van 1850-1890, en had het clubhuis in De Draak, een café-restaurant dat nog steeds op De Grote Markt gevestigd is.

Toen het levend schaakspel voorbij was werden gigantische schaakstukken het grote bord opgereden. Kunstenaar Peter de Koning had met de kettingzaag stukken van meer dan 300 kilo gebeeldhouwd. Grote dingen is zijn specialiteit, er bestaat een klomp waarmee je kunt varen en hij kettingzaagde al eens een adelaar op een boom en een phallus van extreme afmetingen. Zijn schaakspel haalde het Guinness Book of Records niet, ook al is het het zwaarste spel ter wereld, omdat de stukken niet op het geijkte Staunton-model leken maar kunstzinnig van vorm zijn. Rare jongens bij dat Guinness Book.

De organisatie had ieder stuk laten sponsoren door de lokale middenstand om zo een beetje uit de kosten te komen. Een goed idee! De partij, waarbij wij tussen de stukken liepen als Alice in wonderland, eindigde na felle strijd in remise.
Dat gebeurde niet bij die andere wereldberoemde partij van Adolf Anderssen

De eerste officiële wereldkampioen Wilhelm Steinitz (van 1886 tot 1894) gaf deze partij de naam ‘Immergrün’, in de betekenis van Evergreen, vernoemd naar een altijd groene plant, maar nog beter komt de symbolische betekenis tot uiting in de Franse benaming voor deze partij: ‘la toujours jeune’, de altijd jonge partij.

A. Anderssen – J. Dufresne
De ’altijd groene partij’, Berlijn 1852. 

Stelling na de 16e zet van zwart: Df5-h5. Wit is klaar met z’n ontwikkeling, zwart nog niet. Daarin lag het verschil van Anderssen met zijn meeste tijdgenoten. De combinaties die hij bedacht waren gestoeld op economische gronden. Dat doet niets af aan zijn prestaties want de volgende mooie combinatie is moeilijk te vinden. 

Wat aardig van de schakers toentertijd dat zij zich ook daadwerkelijk mat lieten zetten en niet miezerig een zet daarvoor opgeven. Die geste komt de laatste tijd gelukkig weer terug.

Comments are closed.